Door: Mensenwerken 28-11-2025
De federale regering voert een besparings- en hervormingspakket in dat tegen 2029 9,2 miljard euro moet opleveren. Een algemene indexsprong komt er niet, maar de regering voert een selectieve indexbeperking in: lonen tot 4.000 euro blijven volledig geïndexeerd, terwijl hogere lonen in 2026 en 2028 een beperktere indexering krijgen.
Daarnaast worden indirecte belastingen en accijnzen verhoogd, onder meer op aardgas, en wijzigen bepaalde tarieven op goederen en diensten, wat prijzen doet stijgen.
In de sociale zekerheid komen hervormingen die het systeem “betaalbaar en duurzaam” moeten houden, met een grotere bijdrage van wie het financieel sterker staat.
Tot slot legt de regering nadruk op efficiëntie in de zorgsector, met maatregelen die verspilling moeten verminderen en de betaalbaarheid van gezondheidszorg moeten bewaken.
Op basis van deze maatregelen kunnen de volgende effecten optreden voor zorg-, welzijns- en sociale diensten:
Beperking van budgetgroei — Doordat de indexering van lonen (voor salaris boven 4.000 €) beperkt wordt, kunnen loonkosten voor personeel in zorg en welzijn op termijn minder stijgen of stijgen met vertraging. Dit kan doorwerken in personeelskost, rekrutering en behoud van personeel.
Hogere operationele kosten bij energie & infrastructuur — Met accijnsverhogingen op aardgas (en wijzigingen in energiebelasting) kunnen de exploitatie-kosten van ziekenhuizen, woonzorgcentra, verzorgingsinstellingen en andere infrastructuur stijgen. Dat kan leiden tot druk op budgetten of bezuinigingen elders.
Druk op sociale zekerheid en uitkeringen — Hervormingen in de sociale zekerheid kunnen invloed hebben op uitkeringen, ziekte-, invaliditeit- of werkloosheidsuitkeringen, en op doorverwijzing naar lokale welzijnsvoorzieningen. Dat kan de vraag naar sociale en gezondheidszorg versterken.
Efficiëntievere zorg, maar mogelijk minder comfort of minder personeel — De intentie om “verspilling in de zorg” te verminderen kan leiden tot rationalisering, wat op korte termijn structureel gezond is, maar op lange termijn kan dat betekenen dat instellingen bezuinigen op personeel of faciliteiten — met als risico langere wachttijden of verminderde kwaliteit.
Moeilijkheden om personeel aan te trekken of te behouden — In sectoren als zorg en welzijn, waar vaak lagere of middelhoge lonen voorkomen, kan beperkte loonindexering in combinatie met stijgende kosten van leven het behoud van personeel bemoeilijken.
Sterkere druk op lokale sociale en welzijnsinstellingen — Bij stijgende zorgvraag (door sociale maatregelen, economische druk, vergrijzing) en beperkt budget kan de druk op OCMW’s, woonzorgcentra of andere voorzieningen toenemen.